Paaiskist betekenis & definitie

Paaiskist - v. (-en), kist nabij den mast, waarin de paai eenige gereedschappen bewaart, die bij de hand moeten zijn.

, PAAITIJD, m. paartijd der visschen; ...VISCH, [ m. (...visschen), die door de visschers gespaard | wordt om voort te telen.

! 1. PAAL, m. (palen), lange sterke boom die in j den bodem ingeheid wordt om er op te bouwen I of om de zeeweringen te versterken: een paal ! inheien of inslaan; op palen bouwen; palen voor de \ zeewering; — langwerpig hout voor een deel in de aarde gedreven, om de grens van iets aan te geven : iets met palen afzetten; — ijzeren of steenen stut of afscheiding: ijzeren paaltjes voor eene stoep; de grens- en mijlpalen zijn gewoonlijk van steen; — als putje bij paaltje komt, als het er op aankomt; — grenspaal, grens : binnen Hollands palen blijven; — binnen de palen blijven, de grens niet overschrijden ; (ook flg.); (gew. ook) in huis blijven; — dat gaat i de palen te buiten, dat gaat al te ver, dat wordt j nu te erg; paal en perk aan iets stéllen, een misj bruik, eene slechte gewoonte te keer gaan; — iem.

, paal en perk stellen, hem beteugelen; — doel (bij verschillende spelen, wedloopen enz.); (Z. A.) de paal halen, iets met moeite ten einde brengen; — (Z. A.) ik vrees dat hij de paal niet haalt, er niet komt, het er niet goed afbrengt; — (flg.) hij slaat 1 den paal mis, wat hij zegt is niet goed, hij weet | het niet; — staak stijl om iets aan vast te maken :

| schandpaal, geesélpaal; iem. aan of voor den paal j zetten, brengen, ter strafoefening; palen waaraan de I electrische lampen moeten worden opgehangen; — j (gew.) een huis aan de paal slaan, het te koop | zetten; dat is als een paal zoo vast, bijzonder stevig vast; hij is zoo stijf als een paal; hij ziet er uit of hij een paal ingeslikt heeft, gezegd van een houterig mensch; —■ paal in of voor eene haven, waaraan schepen vastgemeerd kunnen worden; (fig.) dat staat als een paal boven water, dat is voor ieder duidelijk, dat is eene uitgemaakte zaak; — dat is een paal onder water, gezegd van iets dat meer i nadan voordeel aanbrengt; — afsluitboom voor eene haven : binnen, buiten den paal liggen, in, ! buiten de haven liggen met een schip; — mijlpaal; afstand tusschen twee opeenvolgende mijlpalen; inz. op Java eene afstandsmaat van 1506,94 M. en op ! Sumatra 1851,8 M. — (wap.) loodrechte breede streep midden over een wapenschild: een witte paal in een blauw veld; bevat het schild één paal, I dan heeft deze gewoonlijk een derde der breedte van het schild. PAALTJE, o. (-s), kleine paal;

! paaltje unssélen, zeker kinderspel.

Laatst bijgewerkt 22-11-2018