Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Overtuigen

betekenis & definitie

Overtuigen - (overtuigde, heeft overtuigd), klaar en duidelijk bewijzen dat iets is, zooals men voorgeeft: iem. van de waarheid overtuigen;

zich van iets met eigen oogen overtuigen, zichzelf zekerheid daaromtrent verschaffen;
— de aangeklaagde werd overtuigd van zijn misdrijf, men bewees met zekerheid dat hij schuldig was; ik houd mij overtuigd, ik geloof stellig; daarvan ben ik overtuigd, daaraan behoef ik niet te twijfelen.