Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bewijzen

betekenis & definitie

BEWIJZEN, (bewees, heeft bewezen), overtuigend doen blijken eene stelling bewijzen; eene misdaad bewijzen; de toekomst zal bewijzen, dat ik gelijk heb;

— dat bewijst nog niets, geldt nog niet als bewijs;
— de plaats zijns oponthouds bewijzen, zijn alibi aantoonen;
— betuigen, betoonen .eerbewijzen; vriendschap bewijzen;
— de laatste eer bewijzen aan een overledene, hem naar zijne laatste rustplaats begeleiden;
— dank zeggen voor de bewezen belangstelling; betoonde belangstelling; iemand een dienst bewijzen, iets voor hem doen.