Wat is de betekenis van stellig?

2019
2021-07-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stellig

stellig - Bijvoeglijk naamwoord 1. met volle overtuiging en geen ruimte voor twijfel latend Er volgde een stellige ontkenning van een verband tussen de gebeurtenissen van 11 september en het bewind van Saddam. Woordherkomst Afleiding van de stam stellen|stel- met het achtervoegsel...

Lees verder
2018
2021-07-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stellig

stellig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: stel-lig 1. zeker dat het juist is ♢ dat is een stellige uitspraak Bijvoeglijk naamwoord: stel-lig ... is stelliger dan ... het stelligst...

Lees verder
1973
2021-07-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

stellig

bn. en bw. (-er, -st), 1. werkelijk, wezenlijk: uitgaande van of berustend op de werkelijkheid of iets wezenlijks: het recht, recht berustend op wet, gewoonte, traktaat of rechtspraak; 2. uitgesproken, uitgemaakt, beslist: de stellige wens van de meerderheid; 3. zeker, op zekere grondslag steunend: stellige berichten; (bw.) zeker, zonder twijfel:...

Lees verder
1952
2021-07-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stellig

adv., stellich, grif, siker, (for)fêst, wiswier, sûnder mis, wis en wrychtsjes; het is — zo, der is gjin mis op.

1950
2021-07-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STELLIG

bn. bw. (-er, -st), 1. werkelijk, wezenlijk: uitgaande van of berustend op de werkelijkheid of iets wezenlijks: het stellig recht, recht berustend op wet, gewoonte, tractaat of rechtspraak (in tegenst. met het natuurrecht); de stellige wijsbegeerte, het positivisme; een stellig, doch ongewenst resultaat; een stellige verbete...

Lees verder
1898
2021-07-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stellig

Stellig - bn. bw. (-er, -st), zeker, bepaald, beslist: hij spreekt veel te stellig, veel te beslist; — ik kan u stellig, ten stelligste verzekeren een stellig antwoord geven, een beslist, bepaald antwoord; — ik weet het stellig, geheel zeker; — zonder mankeeren : ik kom stellig; gij kunt er stellig op aan; — positief : de st...

Lees verder