Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Inspectie

betekenis & definitie

INSPECTIE, v. (s, ...tiën), onderzoek, toezicht, opzicht;

— op inspectie gaan, zijn, van controleerende ambtenaren gezegd;
— wapenschouwing, monstering: ’t is vandaag inspectie; de soldaten moeten heden inspectie maken;
— eene oculaire inspectie (inspectio ocularis), eene nauwkeurige beschouwing, inz. ambtshalve;
— ambtsgebied van een inspecteur : voor het toezicht op het middelbaar onderwijs is het land verdeeld in twee inspectiën.
INSPECTIEREIS, v. (-en), reis, die men maakt, om iets te inspecteeren.