Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Heden

betekenis & definitie

Het begrip heden heeft 2 verschillende betekenissen:

1. heden - HEDEN, bw. vandaag: ik ben heden jarig; de dag van heden, deze dag; heden ten dage. (bij uitbr.) in den tegenwoordigen tijd, in onze dagen, thans;
— (in verschillende zegsw. om het wisselvallige dezer wereld uit te drukken) heden verblijden, morgen lijden; heden rood, morgen dood; heden geëerd, morgen vemeerd;
— (zelfst. gebruikt), o. het heden, de tegenwoordige tijd het heden wordt gisteren; in het heden ligt ’t voorleden, in het nu, wat worden zal;


2. heden - HEDEN, tw. als basterdvloek (eene onzettelijke vervorming van Heere): heden wat gebeurt daar ?; wel, heden mijn tijd !; heden nog toe !