Huurder betekenis & definitie

HUURDER, m. (-s), die huurt of pacht. HUURGELD, o. (-en), huur, loon (van bedienden); ...GRAF, o. (...graven), gehuurd graf; ...GROND, m. (-en), grond dien men in huur, gepacht heeft; ...HOUDER, m. (-s), (Zuidn.) stalhouder, rijtuigverhuurder; ...HUIS, o. (...huizen), gehuurde woning (in tegenst. met een eigen huis); ...JAAR, o. (...jaren), jaar van den huurtermijn; ...JAGER, m. (-s), (gew.) rijtuigverhuurder; ...KAMER, v. (-s), (Z. A.) gehuurde kamer; kamer in eene kazernewoning door een gekleurd arbeidersgezin bewoond; ...KANTOOR, o. (...kantoren), huur- en verhuurkantoor, waar men dienstboden kan huren, bevragen enz.; ...KIEZER, m. (-s), iem. die kiezer is op grond van de huishuur die hij betaalt; ...KNOL, m. (len), (minacht.) huurpaard; ...KOETS, v. (-en), ...KOETSJE, o. (-s), huurrijtuig; ...KOETSIER, m. (-s), iem. die rijtuigen verhuurt of een huurrijtuig bestuurt; ...LAKEI, m. (-en), gehuurde lakei; ...KWITANTIE, v.(-s), kwitantie voor betaalde huur; ...LAND, o. (-en), land dat men in huur heeft, gepacht land; ...LEGER, m. (-s).

Laatst bijgewerkt 13-09-2018