Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoerenbaas

betekenis & definitie

HOERENBAAS, m. (...bazen), hoerenwaard;

...BOEL, m. een ontuchtige boel: ’t is er een hoerenboel;
...DOP, m. (-pen), hoerenwaard; (ook) hoerenlooper;
...GORDIJNTJES, o. mv. zekere haardracht der vrouwen, waarbij het haar over de slapen gekamd wordt;
...HUIS, o. (...huizen), bordeel;
...JAGER, m. (-s), die de hoeren naloopt;
...LOON, o. geldelijke belooning van eene hoer;
...LOOPER, m. (-s), iem. die naar de hoeren loopt;
...PAK, o. losbandig gespuis;
...PRAAT, ra.;
...TAAL, v. onkuische taal;
...TRANEN, m. mv. (fig.) krokodillentranen, geveinsde smart;
...VOOGD, m. (-en), hoerenwaard;
...WAARD, m. (-en),
...WAARDIN, v. (-nen), die een bordeel houdt;
...WINKEL, m. (-s), bordeel.