Wat is de betekenis van gespuis?

2019
2021-09-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gespuis

gespuis - Zelfstandignaamwoord 1. lieden van laag allooi Ik wil niets met dat gespuis te maken hebben. Synoniemen tuig, geteisem

Lees verder
2018
2021-09-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gespuis

gespuis - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-spuis 1. slecht volk, slechte mensen ♢ de politie heeft zijn handen vol aan dit gespuis Zelfstandig naamwoord: ge-spuis het gespuis Synoniemen geteisem, sc...

Lees verder
2007
2021-09-20
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

gespuis

gemeen volk; gepeupel. We kennen dit woord al sinds 1516. De herkomst is onduidelijk. Een verband met spuwen valt niet uit te sluiten. Het Middelnederlandse gespuwinge betekent ‘uitbraaksel’.Een deel ghespuys van helen, schudden, wespen, Of ander gorlegoy van onschamel gheboeft. (G.A. Bredero, 1618) Hou je bekken dicht, gespuis! (A.M....

Lees verder
1973
2021-09-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gespuis

o., 1. gebroed: dat kleine kleine kinderen, het kleine grut; 2. geboefte, gemeen volk: zakkenrollers en ander —.

1952
2021-09-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gespuis

s.n., brod (it), brot (it), rapalje (it), rasmas (it).

1898
2021-09-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gespuis

GESPUIS, o. gebroed dat kleine gespuis, kleine kinderen, het kleine grut; — geboefte, gemeen volk zakkenrollers en ander gespuis; — gepeupel, janhagel: het gespuis begon de glazen in te smijten; — (gew.) getier, geraas.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten