Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Herstellen

betekenis & definitie

HERSTELLEN, (herstelde, heeft en is hersteld), weder in den vorigen toestand plaatsen of terugbrengen iem. in zijne eer herstellen; alles werd in den vorigen staat hersteld; den vrede de rust enz,) herstellen, maken dat er weder vrede (rust enz.) heerscht:

— (mil.) de gelederen herstellen, de verdubbelde gelederen weder tot één terugbrengen;
— weder in orde brengen, repareeren het dak moet hersteld worden; die jas is niet meer te herstellen;
— zich herstellen, zijne bedaardheid herwinnen, van ' den schrik bekomen enz. die tijding deed hem verbleeken, maar hij herstelde zich spoedig;
— zich weder in slagorde stellen het overhoop geworpen korps herstelde zich op eenigen afstand;
— weder gezond worden, genezen zij zal wel niet weder herstellen, niet beter worden; ik ben geheel hersteld; een herstellende zieke.