Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hemelhoog

betekenis & definitie

HEMELHOOG, bn. bw. zoo hoog als de hemel, zeer hoog hemelhooge bergen; hemelhooge huizen;

—, bw. de golven werden hemelhoog opgezweept; iemand hemelhoog verheffen, hem ten zeerste prijzen.