Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Golven

betekenis & definitie

(golfde, heeft gegolfd), beurtelings rijzen en dalen, bewegen als de golven der zee: de wind deed het water golven;

— het golvend graan, dat te veld staat en door den wind heen-en-weerbewogen wordt:
— golvende lokken, die golvend neervallen;
— een zijden kleed golfde om haar leden;
— eene golvende beweging, rijzende en dalende als de golven;
— stroomen, vloeien: een nieuwe gedachtenstroom scheen door zijne hersens te golven;
— eene golvende lijn beschrijven, in eene golflijn voortloopen: een golvend terrein, dat ongelijk, heuvelachtig is;
— (plantk.) een golvend blad, waarvan de tanden en inhammen eene in ’t zelfde vlak gelegen golvende lijn vormen;
— (wapenk.) eene golvende faas, een dwarsbalk die golft. GOLVING, v. (-en).