Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handelsrecht

betekenis & definitie

HANDELSRECHT, o. het bijzondere recht waaraan alle zaken, den handel betreffende zijn onderworpen;

...REGISTER, o. (-s), publiek register ten behoeve van openbaarheid in handelszaken;
...REIZIGER, m. (-s), iemand wiens beroep het is voor eene firma te reizen, om aftrek te vinden voor hare goederen, commis-voyageur;
...REKENEN, o. het rekenen dat in den handel gebruikelijk is;
...RELATIE, v. (-s);
...SCHOOL, v. (...scholen), vakschool voor den handel, inz. inrichting van middelbaar onderwijs, waar voornamelijk de handelswetenschappen worden onderwezen;
...STAD, v. (...steden), stad waar veel koophandel is, koopstad;
...STAND, m. koopmansstand;
...STATISTIEK, v. (-en);
...TAK, m. (-ken), een tak, eene branche van handel;
...TERM, m. (-en), eigenaardige uitdrukking, in den handel in gebruik;
...TRACTAAT, o. (...taten), verdrag tusschen twee staten, waarbij hunne wederzijdsche handelsbetrekkingen geregeld worden;
...VAARTUIG, o. (-en), koopvaardijschip;
...VENNOOTSCHAP, v. (-pen), vennootschap aangegaan of opgericht tot het drijven van handel;
...VERBOD, o.;
...VERDRAG, o. (-en), handelstractaat:
...VEREENIGING, v. (-en), handeisvennootschap;
...VERKEER, o. verkeer door den handel: een levendig handelsverkeer;
...VERSLAG, o. (-en);
...VERTIER, o. vertier, levendigheid door den handel veroorzaakt;
...VLAG, v. (-gen), koopvaardijvlag;
...VLOOT, v. (...vloten), koopvaardijvloot;
...VOLK, o. (-en), handeldrijvende natie;
...VOORUITZICHTEN, o. mv.;
...VRIEND, m. (-en), iemand met wien men bevriend is geraakt door den handel, dien men met hem drijft
...VRIJHEID, v. vrijheid van het handelsverkeer, zonder belemmerende bepalingen.