Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Reiziger

betekenis & definitie

Reiziger - m. (-s), iem. die eene reis doet, die op reis is; inz. handelsreiziger die voor handelshuizen reist om commissiën op te nemen. REIZIGSTER, v. (-s).