Register betekenis & definitie

Register - o. (-s), goed gerangschikte inhoudsopgave van hetgeen voorhanden is, om het gemakkelijk te kunnen overzien: een register aanleggen, bijhouden, bewerken; — inschrijvings-, aanteekeningboek; rol, naamlijst; — (fig.) op het zwarte register staan, een slechten naam hebben; — inz. alphabetisch gerangschikte inhoudsopgave van een boekwerk : Mossel heeft een goed register; zaak-, namen-, woordregister; — bladwijzer: het register zet men gewoonlijk aan het einde van een boek; — boek waarin akten, contracten, verklaringen enz. gerechtelijk worden opgeteekend; — de registers van den burgerlijken stand, boeken waarin bij den burgerlijken stand de geborenen, overledenen en gehuwden worden opgeschreven: geboorte-, sterf- en trouwregister; — (org.) verschillende pijpen die tot dezelfde stem behoren; — (fig.) die stem is in het lage register goed, maar in het hooge deugt zij niet, de lage tonen zingt zij zuiver en volgde hooge niet; — houtje terzijde van het klavier, door welks verschuiving men de pijpen van een register doet spreken : een register uithalen; — (fig.) al de registers uithalen, zijne stem zoo luid mogelijk verheffen; — in een ander register spelen, (fig.) het over een anderen boeg wenden; — trekschuit bij iedere roosterconstructie; — oventrekgat; — (boekdr.) inrichting waardoor de pagineering van schoon- en weerdruk juist overeenkomen. REGISTERTJE, o. (-s).