Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grootmajoor

betekenis & definitie

GROOTMAJOOR, m. (-s), (hist.) (in de 18de e.) een niet-commandeerend hoofdofficier in eene garnizoensplaats, die met de administratieve zorgen van den dienst was belast;

— (bij de Belgische troepen omstreeks 1830) commandeerend hoofdofficier, bataillonecommandant;
— (ook) benaming bij minderen in gebruik voor den officier die officieel majoor heet (ter onderscheiding van den sergeant-majoor).