Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Grabbel

betekenis & definitie

GRABBEL, v. iets te grabbel gooien, het op den grond werpen, uitstrooien om er door anderen naar te laten grabbelen (van geld, suikergoed enz.): bij de kroning des konings werden strooipenningen te grabbel gegooid;

— (ook) kwistig met iets leven, er zonder maat of beperking mede omspringen: zijn geld ie grabbel gooien, verkwistend leven;
— zijne eer, zijn goeden naam, zijn fatsoen te grabbel gooien, zichzelven niet ontzien, zich in opspraak brengen.