Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glashelder

betekenis & definitie

GLASHELDER, bn. bw zoo helder als glas, volkomen doorzichtig, duidelijk: een glashelder betoog; dat is glashelder, dat lijdt geen tegenspraak;

— helderklinkend eene glasheldere stem;
— bw. op volkomen duidelijke wijze: hij zette de zaak glashelder uiteen.