Eb betekenis & definitie

EB, EBBE, v. het afloopen der zee na den vloed; — daar gaat ebbe, het water valt; — eene zware eb, met snellen afloop; — halve eb, in snelheid afgenomen; — het komt als ebbe en vloed, het is zeer afwisselend, nu veel, dan weinig, (gew.) komt onverwacht, plotseling; — wereldsch goed is eb en vloed, op het ondermaansche is niet te bouwen; — eb in den handel, aan de beurs, weinig omzet, niet veel drukte.

Laatst bijgewerkt 02-09-2018