Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bescheid

betekenis & definitie

BESCHEID, o. (-en), bericht, inz. geschreven stuk, charter, bewijsstuk echte bescheiden;

— antwoord, verklaring: kwaad bescheid geven;
beslissend antwoord ik kan u nog geen bescheid geven, zeggen of ik u in dienst neem of niet; morgen kan de meid om bescheid komen;
— in luttel woorden veel bescheid, met weinig woorden veel zeggen;
— ontbieding op uw bescheid kom ik hier;
— bescheid doen, iemands dronk beantwoorden; (ook) (Zuidn.) drinken uit een aangeboden glas.