Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Bescheiden

betekenis & definitie

Het begrip bescheiden heeft 2 verschillende betekenissen:

1. bescheiden - BESCHEIDEN, (bescheidde, heeft bescheiden), bepalen, aanwijzen; ontbieden op een bepaald uur en op eene bepaalde plaats; dagvaarden;
— de controleur B. is te Malang bescheiden, hem is daar zijne standplaats aangewezen
— ik kan nog niet bescheiden, besluiten, beslissend antwoorden;
— bepalen, als voorwaarde stellen, bedingen: twee vrije avonden in de week werd bescheiden. BESCHEIDING, v. (-en), ontbieding, dagvaarding.

2. bescheiden - BESCHEIDEN, bn. bw. (-er, -st), billijk, rechtmatig toekomend, gering met zijn bescheiden deel tevreden zijn; elk zijn bescheiden deel geven;
— beleefd, minzaam, heusch: bescheiden menschen, zonder eenige aanmatiging; een bescheiden meisje, zedig, ingetogen;
— eene bescheiden opmerking, beleefde, voorzichtige opmerking;
— volgens mijne bescheiden meening. BESCHEIDENHEID, v. bedeesdheid, zedigheid;
— met de meeste bescheidenheid iets verzoeken, met de grootste beleefdheid, zonder de minste aanmatiging
— aan iemands bescheidenheid iets toevertrouwen, het hem mede-deelen in ’t vertrouwen, dat hij het niet verder vertellen zal;
— dat staat aan uwe bescheidenheid, goeddunken, beslissing. BESCHEIDENLIJK, bw.