Wat is de betekenis van bescheid?

2019
2022-05-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bescheid

bescheid - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bescheiden ♢ Ik bescheid 2. gebiedende wijs van bescheiden bescheid! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bescheiden bescheid j...

Lees verder
1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bescheid

o. (-en), 1. inlichting: ik kan u nog geen bescheid geven; 2. geschreven stuk, akte, (bewijs)stuk: echte bescheiden.

Lees verder
1952
2022-05-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bescheid

s.n., biskie(d) (it); — geven, to hâlden jaen; een vinniggeven, fitse.

1950
2022-05-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bescheid

o. (-en), 1. inlichting, bericht (vrijwel veroud.): ik kan u nog geen bescheid geven; in luttel woorden veel bescheid, met weinig woorden veel gezegd. 2. antwoord (niet in dagelijkse taal): bescheid geven, vragen krijgen; — bescheid doen, iemands dronk beantwoorden; (ook) (Zuidn.) drinken uit een aangeboden glas. 3...

Lees verder
1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bescheid

o. bescheiden (1 inlichting, verslag, bericht, mededeling inz. in vaste uitdrukkingen; 2 uitleg, antwoord, 3 geschreven stuk, bewijsstuk, akte, meestal mv.): 1. bescheid vragen, krijgen, eisen; iem. bescheid zenden; 2. hij komt morgen om bescheid; aldus was het bescheid; 3. een bundel bescheiden; nog: bescheid weten, de waarheid weten; iem. beschei...

Lees verder
1898
2022-05-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bescheid

BESCHEID, o. (-en), bericht, inz. geschreven stuk, charter, bewijsstuk echte bescheiden; — antwoord, verklaring: kwaad bescheid geven; — beslissend antwoord ik kan u nog geen bescheid geven, zeggen of ik u in dienst neem of niet; morgen kan de meid om bescheid komen; — in luttel woorden veel bescheid, met weinig woorden veel zeg...

Lees verder