Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 31-08-2018

2018-08-31

ALLERLEI

betekenis & definitie

1. Allerlei o. allerlei zaken hij had allerlei te vertellen; hij heeft op reis van allerlei gezien;

— een bont allerlei, verzameling van zeer verschillende personen;
— benaming van klein gebak van verschillende soort, gewoonlijk allerhande en kleingoed geheeten;
— rubriek (in een tijdschrift) voor verschillende kleine mededeelingen.
2. Allerlei Zie ALLERHANDE.