Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Optreden

betekenis & definitie

(trad op, is opgetreden),

1. ergens op stappen : de karnhond moet leren optreden, leren lopen in het rad van een hondekarn;
2. naar de hoogte lopen: daar treedt hij de trap op ;
3. het spreekgestoelte betreden ; inz. van predikanten gezegd ; — op het toneel treden om er zijn rol te spelen: zij is hier in Faust opgetreden, heeft in dat stuk een rol vervuld ; — (oneig.) zich (ergens) vertonen in zekere hoedanigheid: als schrijver, als redenaar optreden, als zodanig zich vertonen; — (van zaken) zich voordoen: dit verschijnsel treedt vooral op bij warm weer :
4. handelend optreden, handelen, tot daden overgaan ; vand. ook optreden alleen in die bet.: je moet zelfstandig kunnen optreden ; — tegen iem. optreden, zich tegen zijn handelingen verzetten, trachten dit te beletten, hem aangrijpen ; — met kracht optreden, zich krachtig doen gelden ; ook abs. in die zin: hier moet opgetreden worden;
5. voortgaan in de genoemde richting : het pad optreden.