Wat is de betekenis van optreden?

2025-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Optreden

(trad op, is opgetreden), 1. ergens op stappen : de karnhond moet leren optreden, leren lopen in het rad van een hondekarn; 2. naar de hoogte lopen: daar treedt hij de trap op ; 3. het spreekgestoelte betreden ; inz. van predikanten gezegd ; — op het toneel treden om er zijn rol te spelen: zij is hier in Faust opgetreden, heeft in dat stuk...

2025-12-05
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

optreden

Optreden zijn de verticale afstanden tussen de bovenzijde van twee opvolgende aantreden van een trap. Doorgaans zijn van een trap alle optreden gelijk, maar de aantreden zijn niet in alle gevallen gelijk.

2025-12-05
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

optreden

optreden - onregelmatig werkwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: op-tre-den 1. een uitvoering geven ♢ de zanger heeft hier gisteren opgetreden 2. er iets tegen doen ♢ we moeten optreden tegen...

2025-12-05
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Optreden

v.; (op het toneel), opkomme; hardhandig —, regaed hâlde, meitsje.

2025-12-05
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

optreden

trad op, i. opgetreden (1 in het openbaar spreken; 2 op het toneel verschijnen om zijn rol te spelen; muziek ten gehore brengen enz.; 3 fig. zijn rol spelen, verschijnen; 4 handelen, tot daden overgaan): 1. de nieuwe predikant zal morgen optreden voor de gemeente; 2. het optreden van den operazanger, toneelspeler; 3. in deze roman treedt een jong...

2025-12-05
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

optreden

('op) (trad op. is opgetreden) 1. erop treden: de hond leert in het rad van de hondekarn. 2. in 't openbaar treden, verschijnen, spreken: de -de redenaar; in een rol handelend -, niet alleen met woorden, maar ook met daden. 3. handelen; beslist, krachtig voor, tegen iemand of iets; als verdediger van iets

2025-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

optreden

o., 1. het optreden, wijze van handelen of van zich voor doen: hij heeft een aangenaam optreden; zijn optreden bevalt mij niet; zijn eigenmachtig optreden ondervond veel kritiek; 2. keer of gelegenheid dat iemand of een gezelschap optreedt, podiumvoorstelling; in deze betekenis in de toneelwereld met een ongrammaticaal mv. optredens gebruikt: met...

2025-12-05
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Optreden

Optreden - (trad op, is opgetreden), ergens op treden ; naar de hoogte treden; op het tooneel treden ; zij is hier in Faust opgetreden, heeft in dat stuk eene rol vervuld; — als schrijver, als redenaar optreden, als zoodanig zich vertoonen; — handelend optreden, handelen, tot daden overgaan: — tegen iem. optreden, als zijn tegen...

2025-12-05
Prisma NL Sranantongo

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2025-12-05
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-05
Prisma Fries Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)