Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Deze

betekenis & definitie

aanw. vnw. : dit of deze voor nabij zijnde, die, dat of gene voor meer verwijderde zaken ; — zelfst. : bij dezen meld ik u, hierbij, door deze brief; — ten deze, in dit opzicht; — voor dezen, voor dit tijdstip ; na dezen, na dit tijdstip ; — deze en gene (mv. dezen en genen), een enkele persoon ; — toonder dezes, van deze wissel enz. ; — brenger dezes, van deze brief; — de twaalfde dezer (maand); — bijv.: deze week, maand, die nu loopt; — dezer dagen, in de laatste dagen; ook wel: eerstdaags; — deze wereld, dit leven (tgov. het hiernamaals) ; — in deftige stijl ook verb. met een bez. vn.: deze. onze brief.