Zout betekenis & definitie

Het zout der aarde, de bron van kracht en bezieling voor anderen.

Zout was in bijbelse tijden niet alleen van levensbelang als conserverend middel maar ook als levensmiddel op zich; bovendien had het een belangrijke rol in bepaalde offerhandelingen. Het was bijzonder kostbaar. Wanneer Jezus zijn discipelen ‘het zout der aarde’ noemt in Matteüs 5:13 (NBG-vertaling), dan benadrukt hij hun belang voor andere mensen. In de NBV luidt het betreffende vers: ‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’

De uitdrukking wordt ook wel schertsend of ironisch gebruikt.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 5:13. Ghi sijt dat sout der aerden.

Gebruiksvoorbeeld: De zenuwpezen zijn het zout der aarde. Ik weet niet meer van wie deze uitdrukking is, maar hij gaat zeker op voor de schrijver Bé Nijenhuis. (Hervormd Nederland, 2-12-1995)

Gebruiksvoorbeeld: Vanescote is voor een nieuw mandaat van vier jaar herkozen als voorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk van België (VPKB). [...] Vanescote had eerder al het tema van de bijeenkomst aan de aanwezigen voorgelegd: ‘Zijn wij nog wel het zout der aarde?’. (De Standaard, nov. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017