Zoutpilaar betekenis & definitie

Staan als een zoutpilaar, verstijfd blijven staan.

Toen Sodom en Gomorra in een hels spektakel van zwavel en vuur door God verwoest werden, konden alleen Lot en zijn vrouw en twee dochters de stad op tijd verlaten. De engelen die hen de stad uit leidden, benadrukten dat zij zich zo snel mogelijk uit de voeten moesten maken en nergens stil mochten staan, omdat ook zij anders verdelgd zouden worden. Lot luisterde hiernaar, net als zijn dochters. De NBV heeft hier: ‘De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout’. Staan als een zoutpilaar verwijst naar het lot van deze vrouw. De eerste roman van Kristien Hemmerechts, uit 1987, heeft als titel Een zuil van zout. Het is niet uitgesloten dat de bekendheid van dit boek invloed heeft gehad op de vertaalkeuze van de NBV. Zie ook Sodom.

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), Genesis 19:26. Ende zijn wijf sach te rugghe, ende werdt tot een soutpilaer.

Gebruiksvoorbeeld: Zo dadelijk beklimt ze het terrasje van Mon Repos, waar ze die Kosta vinden zal die als tot zoutpilaar verstijfd de nacht instaart. (A. Blaman, Eenzaam avontuur, 1995 (1948), p. 68)

Gebruiksvoorbeeld: Er klonk een harde slag van een deur. Jaap stond erbij als een zoutpilaar. Hij keek naar Annelies als naar een vreemde. (I. ten Broeke-Bruins, De reis van het licht, 1989, p. 134)

Gebruiksvoorbeeld: Hij zag zijn vrouw als een zoutpilaar staan. Ze wist nog niet goed hoe ze het had. (N. Schuttevaêr-Velthuys, Wolken met zilveren randen, 1993, p. 132)

Gepubliceerd op 11-05-2017