Ziel betekenis & definitie

Zijn ziel in lijdzaamheid bezitten, geduldig blijven en niets doen.

In Jezus’ ‘rede over de laatste dingen’ krijgen zijn discipelen te horen welke rampen de mensheid te wachten staan aan het einde der tijden. Zelf zullen zij echter gespaard worden: ‘Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan. Red je leven door standvastigheid!’ (Lucas 21:18-19, NBV). In de Statenvertaling (1637) en enkele oudere vertalingen luidt het laatste vers anders, bijvoorbeeld in de Leuvense Bijbel (1548): ‘in v lijdtsaemheyt suldi v zielen besitten’. Deze formulering is de bron geworden van de bovengenoemde uitdrukking.

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Lucas 21:18-19. Ende een haer van uwen hoofde en sal niet verloren gaen in v lijdtsaemheyt suldi v zielen besitten.

Gebruiksvoorbeeld: De Japanners met wie ze te maken hadden, bleven uitermate vriendelijk, spraken van ‘vereerde vijand’. Maandenlang hebben zo onze gezant en zijn medewerkers hun ziel in lijdzaamheid bezeten, tot het prettige bericht kwam dat ze werden uitgewis¬seld tegen Japanse diplomaten. (Panorama, jaren ’60)

Gebruiksvoorbeeld: Het uitgebreide wijwatergebied waar rugpatiënten naar verlichting zoeken heb ik doorwaad. Voortaan bezit ik mijn ziel in lijdzaamheid. (NRC, apr. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017