Doen betekenis & definitie

Het ene doen en het andere niet (na)laten, van twee alternatieve acties beide uitvoeren, en niet een keus maken.

Matteüs en Lucas doen verslag van Jezus’ kritische woorden tegenover de opstelling van de Farizeeën inzake de moraal. ‘Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten’ (Lucas 11:42, NBV). De laatste zin is een doeltreffende manier om te zeggen, dat de kritiek niet gericht is op het ene dat men doet, maar op het nalaten van het andere.

Bijbelcitaat:Liesveldtbijbel (1526), Lucas 11:42. Dit soude men doen, ende tgene niet laten. (In de Statenvertaling (1637): als NBG-vertaling (1951).)

Gebruiksvoorbeeld: Natuurlijk moet je niet het ene doen en het andere laten; je moet allebei doen en op beide fronten werken. (Tweede Kamer, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Faber benadrukte dat als je het een wilt doen het andere niet moet laten. Visser: ‘Je moet met die vertrouwenspersonen er een spel van maken de winkeldieven de stad uit te jagen. Je moet er niet op gaan rossen, maar ze ontdekken, volgen en je bent ze gegarandeerd uit je centrum kwijt.’ (Meppeler Courant, okt. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017