Zullen betekenis & definitie

Gij zult (niet) ..., u moet, resp. u mag beslist niet ... . Eerste woorden van acht van de Tien Geboden; formulering, vaak spottend of kritisch, ter introductie van een regel die als onaantastbaar beschouwd wordt.

De Tien Geboden, te boek gesteld in onder andere Exodus 20, behelzen Gods wetten in korte bewoordingen (zie ook Gebod). Bijna steeds zijn de eerste woorden: ‘Gij zult ...’ of: ‘Gij zult niet ...’ , althans in de vertalingen waarin men afstand had genomen van het oude voornaamwoord du. Al de Liesveldtbijbel vertaalt met ‘gy sult’ en ook de Staten¬vertaling (1637) kent deze formulering: na ettelijke discussies over de juiste aanspreekvorm voor God heeft men toen definitief voor gij willen kiezen. De formulering bleef in gebruik tot in onze tijd, zoals in de NBG-vertaling van 1951, hoewel gij inmiddels uit de standaardtaal was verdwenen en ook zullen in de betekenis ‘moeten’ ongewoon was geworden. De NBV heeft echter voor een vertaling met imperatieven gekozen: ‘Pleeg geen moord. Pleeg geen overspel. Steel niet’ (Exodus 20:13-15).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Exodus 20:13-15. Ghi en sult niet dooden . Ghi en sult gheen ouerspel doen, Ghi en sult niet stelen.

Gebruiksvoorbeeld: Een van de strikte wetten van haar klasse, een grondbeginsel, een heilig canon dat zij behoorde te kennen, hoe jong ze ook was. Gij zult uw mindere niet in verlegenheid brengen. (R. Peper, Russisch Blauw, 1995, p. 238)

Gebruiksvoorbeeld: Je kunt moeilijk tegen de mensen die in de gezondheidszorg werken, zeggen ‘Gij zult niet ziek worden’. (Buitenhof, NOS-televisie, 15-11-1998)

Gebruiksvoorbeeld: Al haar leven lang pleit ze [Wina Born] voor meer culinair genot in het calvinistische Nederland […].Gij zult genieten! (NRC, 14-1-1999, p. 13)

Gepubliceerd op 11-05-2017