Zeven betekenis & definitie

Zeven, symbolisch getal dat Gods heiligheid aanduidt.

Zeven maal zeven, zeventig maal zeven maal, 49 resp. 490, in een omschrijving die de symbolische waarde van het getal zeven versterkt.

Het getal zeven heeft een belangrijke goddelijke symboliek in de gehele bijbel: God schiep hemel en aarde in zeven dagen, de zevende dag is de sabbatdag en het zevende jaar een sabbatjaar; bij offers waren zevenvoudige handelingen vereist, de kandelaar is zevenarmig en in het bijbelboek Openbaring zijn er zeven zegels te verbreken. Zie ook Jaar, Jubeljaar en Sabbat.

Ook het getal tien had een bijzondere waarde; dit was het getal van de zondige wereld. Zeven maal tien geeft zeventig, en ook dat getal speelt een rol in de bijbel. Zo zal volgens Genesis 4:24 Kaïn zevenvoudig worden gewroken, maar Lamech (in de Statenvertaling, 1637) tseventig mael seven mael (in de NBV: zevenenzeventigmaal). Verder komen we deze combinatie tegen in het antwoord van Jezus op de vraag van Simon Petrus hoevaak hij iemand die tegen hem zou zondigen moest vergeven: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven’ (Matteüs 18:22, NBV).

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 1247-50. DOe maecte noe .j. outaer / jn gods eere ende betaelde daer / Ende offerdere up van suueren dieren / Seuene van hare manieren (Toen maakte Noach een altaar ter ere van God en voldeed aan zijn plicht en offerde er van elke reine diersoort zeven .)

Gebruiksvoorbeeld: Waar zelfs de rechtvaardige zeven maal per dag in zijn onvolkomenheid struikelt, hebben wij prutsers zo’n steuntje in de rug nodig [de biecht]. (T. Kortooms, Mijn kinderen eten turf, 1967 (1959), p. 106)

Gebruiksvoorbeeld: Maar Melchior was bezig met het ritueel van de koffie: ‘Zeven keer het water op laten komen, zoals Jozua zeven keer rond Jericho trok’. (N. Noordervliet, De naam van de vader, 1994 (1993), p. 184)

Gebruiksvoorbeeld: De liefde een arme wereld, / dansend als een blinde beer // op een aarde steeds weer drinkend / haar zeven teugen maan, zeven maal zeven slokken zon. (H. Andreus, Verzamelde gedichten, 1983 (Liefdeslied, 1961), p. 555)

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 24083-89. Pieter die bevraghedem saen. / Hoe dicke hi vergheuen soude. / Sinen broeder sine scoude. / Oft ghenoech ware an .vij. warf. / Ons here sprac als ons bedarf. / Jc ne segghe niet .vij. warf allene. / Mar tseuentech warf .vij. warf ghemene. (Petrus vroeg hem daarna hoevaak hij zijn broeder zijn schuld vergeven moest: was zeven maal genoeg? Jezus noemde onze plicht: Ik zeg niet alleen zeven maal, maar zelfs zeventig maal zeven maal.)

Gebruiksvoorbeeld: Wat ik mijn lief heb misdreven / heeft zij vergeven / zeven maal zeventig maal. (I. Gerhardt, Verzamelde Gedichten, 1980 (Stem van de dichter, z.j.), p. 285)

Gepubliceerd op 11-05-2017