Werken betekenis & definitie

Wie niet werkt, zal (ook) niet eten, ieder moet werken voor zijn levensonderhoud.

In zijn tweede brief aan de leden van de christelijke gemeente te Tessalonica herinnert de apostel Paulus de lezers aan wat hij hun bevolen heeft toen hij bij hen was en wat nog steeds geldt: ‘Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten’ (2 Tessalonicenzen 3:10, NBV). De uitdrukking wordt zo vaak gebruikt dat maar weinigen haar niet zullen kennen.

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), 2 Tessalonicenzen 3:10. Dat soo wie niet en wilt wercken, dat die niet en ete.

Gebruiksvoorbeeld: Maar hoe dan ook! Wij gaan te gronde, geestelijk en moreel zeer zeker, als we geen taak hebben. De natuur is aan de ene kant grensloos overdadig, maar aan de andere kant opvallend economisch. Die niet werkt zal niet eten! (B. de Graaff, Het geslacht Van Garderen, 1974 (1951/1953), p. 255)

Gebruiksvoorbeeld: ‘Wie niet werkt zal niet eten’ is een gedachte die mij aanspreekt, wat niet wegneemt dat de overheid een taak heeft mensen die niet kunnen werken te beschermen. (NRC, feb. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017