Haar betekenis & definitie

Hem zal geen haar (op het hoofd) gekrenkt worden, hem zal niet de minste lichamelijke of geestelijke schade toegebracht worden. Ook:

Iemand geen haar krenken, iemand in geen enkel opzicht schaden.

Een haar is een uiterst nietig deel van het menselijk lichaam, en geen haar staat in bijbels en niet-bijbels taalgebruik dan ook voor ‘niet het minste deel, volstrekt niets (van iemand)’. In de bijbel wordt dit beeld vaak gebruikt om de volmaakte zorg van God voor de mens te tekenen: ‘Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld (Matteüs 10:30, NBV); en in oudere vertalingen: ‘Er zal geen haar van zijn hoofd ter aarde vallen’ (1 Samuël 14:45, NBG-vertaling).

De uitdrukking met krenken komt pas sinds de 19de eeuw voor; we vinden haar dan ook pas in de jongere vertalingen, onder andere in Handelingen 27:34, ‘Niemand van u zal een haar op het hoofd gekrenkt worden’ (Willibrordvertaling). Deze vertalingen volgen mogelijk een bestaande uitdrukking die onder invloed van oudere varianten ontstaan kan zijn. De NBV gebruikt de (modernere) vorm zonder op het hoofd: ‘En Salomo zei: “Als hij zich behoorlijk gedraagt, zal hem geen haar worden gekrenkt, maar zodra hij een misstap begaat, zal hij sterven”’ (1 Koningen 1:52, NBV). De volgende beschrijving uit de huisdierenwereld is ongetwijfeld een variant op deze uitdrukking: ‘Een [...] vogelkennis wist te vertellen dat katten, wanneer ze eenmaal hebben begrepen dat zo’n vogel tot het gezin behoort, het diertje geen veer zullen krenken’ (K. van Kooten, Modermismen, 1985, p. 61).

Bijbelcitaat: NBG-vertaling (1951), Handelingen 27:34. Niemand uwer zal ook maar een haar van zijn hoofd gekrenkt worden.

Gebruiksvoorbeeld: De nieuwe regering in Kigali heeft inmiddels verklaard dat iedereen die zich niet aan slachtpartijen heeft schuldig gemaakt, geen haar gekrenkt zal worden. (NRC, juli 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017