Oor betekenis & definitie

Wie oren heeft om te horen, die hore, aansporing tot het willen vatten van de betekenis van iets.

Jezus besluit een parabel regelmatig met de woorden: ‘Wie oren heeft, die hore!’ (bijvoorbeeld in Matteüs 11:15, NBG-vertaling), en soms met de uitgebreidere versie ‘Wie oren heeft om te horen, die hore’ (Marcus 4:9, NBG-vertaling; de NBV heeft op deze plaatsen ‘wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren’). Dit is bedoeld als aansporing tot de luisteraars om de les van de parabel tot zich door te laten dringen. In hedendaags taalgebruik komt de uitdrukking maar zelden in de volledige vorm voor. Wel wordt er vaak op gezinspeeld, zoals in de aanhalingen hieronder blijkt.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 80,9. Die oren heft te hoerne, hi hoere ende versta.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Marcus 4:9. Wie ooren heeft om te horen dye hore.

Gebruiksvoorbeeld: Waarom toch die naam [Duralex op een drinkglas]? Behelsde hij soms een geheime waarschuwing aan de koper, mogelijk zelfs een wijsgerige vertroosting voor wie oren had om te horen? (N. Matsier, Gesloten huis, 1995 (1994), p. 212)

Gebruiksvoorbeeld: Erg vleiend is deze stem uit ons resterende ‘overzeese gebiedsdeel’ nu niet bepaald voor ons in het ‘moederland’. Daarom: wie oren heeft om te horen, die hore. (Leeuwarder Courant, 15-4-1972)

Zijn oren tuiten, hij is versuft door het vele lawaai, gepraat enz. dat hij heeft gehoord.

Bijbelse herkomst van de uitdrukking zijn oren tuiten is niet waarschijnlijk, maar de bijbel heeft mogelijk wel invloed gehad op de verspreiding. Vergelijk 1 Samuël 3:11, ‘Toen zei de HEER tot Samuël: ‘Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten!’ (NBV).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 1 Samuël 3:11. Siet ic doe een dinc in Israel, dat so wie dat hooren sal, die sullen sijn ooren tuten. (De Statenvertaling (1637) heeft klincken i.p.v. tuten.)

Gebruiksvoorbeeld: De verwijten dat ik hem zijn leven ontstolen zou hebben tuiten in mijn oren, maar als ik achter me keek zag ik niets dan onbeweeglijke muren. (De Nieuwe Linie, 2-11-1977)

Gebruiksvoorbeeld: Vervolgens liet ik hem weer vertrekken, schuin opwaarts zwevend door mijn raam, zijn oren tuitend van mijn vermaningen. (T. Tellegen, Dora. Een liefdesgeschiedenis, 1998, p. 44)

Gepubliceerd op 11-05-2017