Parabel betekenis & definitie

Parabel, gewoonlijk kort verhaal dat met behulp van beeldspraak een zedelijke waarheid wil verkondigen.

Parabel is een ander woord voor gelijkenis, dat in de NBG-vertaling gebruikt wordt; zie bijvoorbeeld Matteüs 13:18, ‘de gelijkenis van de zaaier’. Parabel was het gewone woord in het Middelnederlands en kwam later nog voor in katholieke vertalingen als de Leuvense Bijbel (1548) en de Moerentorfbijbel (1599). Zie verder Gelijkenis.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 86, 34-35. ende hi ontploec sinen mont ende sprac din uolke toe in parabolen, dats in ghelikenessen.

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Matteüs 13:18. Daer om hoort ghy die parabel vanden sayere.

Gebruiksvoorbeeld: Boullosa sluit duidelijk aan bij de nog springlevende orale traditie in Latijns-Amerika. Haar roman is een parabel, fantastisch en tegelijk leerrijk. (De Standaard, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: De dominee zweeg en zag bleek. Wie kon de man hebben uitgenodigd? Hij dacht ook in zelfvermaan aan de parabel van de eerste steen. Z’n eigen zonde was bijna tegengesteld aan die van Witteboon maar zonde evengoed binnen de heiliging van het huwelijk. (F.B. Hotz, Het werk, 1997 (De toren, 1978), dl. p. 475)

Gebruiksvoorbeeld: Voortdurend debiteert hij belegen moppen en flauwe anekdotes als parabels die van grote wijsheid getuigen. (NRC, 25-5-1999, p. 26)

Gepubliceerd op 11-05-2017