Doen
(deed, heeft gedaan), I. overg.: het meest algemene ww. om een persoon of zaak als iets (dat al of niet nader genoemd wordt, resp. uit het verband blijkt) verrichtend voor te stellen. 1. de op de voorgrond tredende oorzaak ener werking zijn, een werking verrichten (syn.: handelen, uitvoeren, verrichten, maken, bewerken; tegenstellingen : ...