Wat is de betekenis van Doen?

2024-02-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

doen

1) (1983) (vnl. Haags, inf.) geven: 'Doe mij maar een bakkie.' • Of weet u wat? Doet u mij maar een pils! (Theo Van Den Boogaard & Wim T. Schippers: Sjef van Oekel zoekt het hogerop. 1983) • O ja, oké, doe maar een baco'tje, klinkt het verveeld. (Nieuwe Revu, 20/09/1995) • Doe mij nog een lekkere pils. (Robert...

2024-02-25
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Doen

Zie Done

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

doen

doen - Zelfstandignaamwoord 1. het verrichten van een werk Tegenwoordig is niet het spreken belangrijk, maar het doen. doen - Werkwoord 1. (ov) een actie ondernemen Laten we wat anders doen. 2. (auxl) maakt van een ergatief werkw...

2024-02-25
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Doen

Het ene doen en het andere niet (na)laten, van twee alternatieve acties beide uitvoeren, en niet een keus maken. Matteüs en Lucas doen verslag van Jezus’ kritische woorden tegenover de opstelling van de Farizeeën inzake de moraal. ‘Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de ge...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

doen

doen - onregelmatig werkwoord 1. eraan werken, het uitvoeren ♢ wie doet de vaat vanavond? 1. iets van hem gedaan krijgen [ervoor zorgen dat hij het doet] 2. zo gezegd zo gedaan...

2024-02-25
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

doen

1. Verkorting van: een bod doen. Kan ook doubleren inhouden. In tegenstelling tot ‘niets doen’ (passen). 2. In de uitdrukking: ‘er eentje bij doen’ (het laatste bod van de partner met één verhogen). 3. Bijspelen. Door leider tegen de dummy gezegd. Bijvoorbeeld: ‘doe een kleintje’ of ‘doe de heer’.

2024-02-25
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

doen

laten Iemand die op tien maanden tijd zijn omzet met zestig procent heeft doen stijgen, die moet zijn prijzen van buiten kennen. (Tom Lanoye, Alles moet weg) ik zag mannen, gekleed en opgemaakt als courtisanes aan lagerwal, die verliefd aan de armen van andere mannen voortsjouwden, soms struikend over hun overvloedige rokken, terw...

2024-02-25
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

doen

in: het doet, het is goed, het is te gek: Straattaal.

2024-02-25
Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

doen

(1) kan soms de betekenis ‘urineren, plassen”’ hebben, bijvoorbeeld in de verbinding ‘het in zijn bed doen’. Voornamelijk gezegd van kinderen of bejaarden. Het woord ‘doen’ is zo vaag dat het om het even wat kan betekenen. In kringen van de Nederlandse adel prefereert men volgens Agnies Pauw van Wieldrecht (‘Het dialect van de adel’. 1985) de uitdr...

2024-02-25
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

doen

- overuren doen, overuren maken. Ze moeten soms overuren doen en velen hebben een gezin, zodat ze al eens niet naar de les kunnen komen. - HN, 19-03-2001. - een wandeling doen, een wandeling maken. - een eed doen, een eed afleggen. - zijn studies doen, studeren. - 160 km (per uur) doen, 160 km (per uur) rijden. -...

2024-02-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Doen

zie ook doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. 1. het-, eufemisme voor ‘gemeenschap hebben’. Vgl. Engels to do it. 2. iets-, succes hebben (bijv. een boek of een film). Vnl. jeugdkringen. 3. je kunt het me -, een vooral door soldaten gebruikte uitdr. van afwijzing. Eigenlijk een nettere variant van meer vulgaire slanguitdr. als hij kan mijn klot...

2024-02-25
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

doen

Wie de verwensing laatje maar wat doen! op zich in laat werken, zal haar wellicht in verband brengen met aandoen. Dat wordt wel erg moeilijk als aan diezelfde verwensing wordt toegevoegd in je nek! Mogelijk moeten wij de verwensing letterlijk opvatten in de zin van ‘krijg nekkramp’. De emotionele betekenis is &lsquo...

2024-02-25
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

doen

I. Als hoofdww. 1. In versch. verb. (inz. met een znw. als object), als gall. (ter vert. van fr. faire), waar in de standaarde maken gebruikt wordt. Hierna volgen slechts enkele voorb.: gebaren -; opmerkingen - (vgl. fr. faire des remarques); overuren - (vgl. fr. faire des heures supplémentaires); een pr...

2024-02-25
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Doen

m -> Done (Fri.).

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

doen

gedoen, (gedaan), uitvoer, verrig; pleeg; veroorsaak.

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Doen

1. v., dwaen, die, dien; ûtfiere, út ’e wei sette, forhakstûkje; niets tehebben, neat to forstriken hawwe; niets —, gjin finger yn 'e jiske stekke; te hebben, om hannen hawwe, om hans hawwe; het werk niet met zorg —, it wurk mar hwat oersljoc...

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Doen

(deed, heeft gedaan), I. overg.: het meest algemene ww. om een persoon of zaak als iets (dat al of niet nader genoemd wordt, resp. uit het verband blijkt) verrichtend voor te stellen. 1. de op de voorgrond tredende oorzaak ener werking zijn, een werking verrichten (syn.: handelen, uitvoeren, verrichten, maken, bewerken; tegenstellingen : ...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

doen

1 onr. w.w., deed, h. gedaan (handelen; uitvoeren; verrichten, volbrengen; bewerken:) handel: ergens in -, handelen; zegsw. zo gezegd, zo gedaan, een uitgesproken voornemen wordt onmiddellijk uitgevoerd; iets gedaan krijgen, er in slagen; dat doet men niet, is ongepast; het er om -, met opzet -; je krijgt met hem te ruzie; 2 o., inz. in zegsw.: uw...

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

doen

A. (deed, deden; heeft gedaan) 1. verrichten : werk -; al -de leert men. Gez. dat doet men niet, dat is onkies, ongepast; eerst of voor gedaan en dan of na bedacht, heeft menigeen in leed gebracht, een overijld besluit heeft vaak nadelige gevolgen; er is geen aan, het is niet te doen; het er om -, het met opzet doen ; het hem -, de eigenlijke oorza...

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Doen

(deed, heeft gedaan), I. overg., het meest algemene ww. om een persoon of zaak voor te stellen als iets (dat al of niet nader genoemd wordt, resp. uit het verband blijkt) verrichtend. 1. de op de voorgrond tredende oorzaak van een werking zijn, een werking verrichten (synoniemen: handelen, uitvoeren, verrichten, maken, bewerken; tegenstellingen: o...