2019-11-22

Doen

Het ene doen en het andere niet (na)laten, van twee alternatieve acties beide uitvoeren, en niet een keus maken. Matteüs en Lucas doen verslag van Jezus’ kritische woorden tegenover de opstelling van de Farizeeën inzake de moraal. ‘Maar wee jullie Farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten’ (Lucas 11:42, NBV). De laatste zin is een doeltreffe...

2019-11-22

doen

doen - Zelfstandignaamwoord 1. het verrichten van een werk Tegenwoordig is niet het spreken belangrijk, maar het doen. doen - Werkwoord 1. (ov) een actie ondernemen Laten we wat anders doen. 2. (auxl) maakt van een ergatief werkwoord een causatieve constructie De hitte van de zon deed de boter smelten. 3. functioneren...

2019-11-22

Doen

zie ook doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. 1. het-, eufemisme voor ‘gemeenschap hebben’. Vgl. Engels to do it. 2. iets-, succes hebben (bijv. een boek of een film). Vnl. jeugdkringen. 3. je kunt het me -, een vooral door soldaten gebruikte uitdr. van afwijzing. Eigenlijk een nettere variant van meer vulgaire slanguitdr. als hij kan mijn kloten kussentje kunt mijn rug op; je kunt me de zak opblazen e.d. U kan ’t me doen, ik ga toch aan het toneel. (Albert Mol: Dag dag, welterusten,...

2019-11-22

doen

1. Verkorting van: een bod doen. Kan ook doubleren inhouden. In tegenstelling tot ‘niets doen’ (passen). 2. In de uitdrukking: ‘er eentje bij doen’ (het laatste bod van de partner met één verhogen). 3. Bijspelen. Door leider tegen de dummy gezegd. Bijvoorbeeld: ‘doe een kleintje’ of ‘doe de heer’.

2019-11-22

doen

(1) kan soms de betekenis ‘urineren, plassen”’ hebben, bijvoorbeeld in de verbinding ‘het in zijn bed doen’. Voornamelijk gezegd van kinderen of bejaarden. Het woord ‘doen’ is zo vaag dat het om het even wat kan betekenen. In kringen van de Nederlandse adel prefereert men volgens Agnies Pauw van Wieldrecht (‘Het dialect van de adel’. 1985) de uitdrukking ‘in zijn bed doen’ boven ‘in zijn bed plassen’. Hij smakte, veegde met de mouw van zijn jas de mond schoon en zeide:...

2019-11-22

doen

doen - onregelmatig werkwoord 1. eraan werken, het uitvoeren ♢ wie doet de vaat vanavond? 1. iets van hem gedaan krijgen [ervoor zorgen dat hij het doet] 2. zo gezegd zo gedaan [zoals we het afgesproken hadden doen we het] 3. niets aan te doen!

2019-11-22

Doen

Zie Done

2019-11-22

Doen

zie Bedrijven, zie Betrachten.

2019-11-22

doen

Wie de verwensing laatje maar wat doen! op zich in laat werken, zal haar wellicht in verband brengen met aandoen. Dat wordt wel erg moeilijk als aan diezelfde verwensing wordt toegevoegd in je nek! Mogelijk moeten wij de verwensing letterlijk opvatten in de zin van ‘krijg nekkramp’. De emotionele betekenis is ‘ik ben ontstemd over je gedrag, ik erger me kapot aan je, ik veracht je’. Vgl. Van Eijk (1978: 80). Militairen gebruiken vaak de verwensing je...