Dag betekenis & definitie

De dag des Heren, de zevende of, volgens christelijke opvatting, eerste dag van de week; zondag.

In de bijbel wordt over de zevende dag gesproken als een door God ingestelde heilige dag, waarop men, zoals God na de schepping, van het gedane werk mocht en moest uitrusten. Deze dag wordt in de bijbel als sabbat aangeduid. Waarschijnlijk omdat de zevende dag bij de christenen een aan God en godsdienst gewijde dag werd, ontstond, buiten de bijbelvertalingen, de benaming dag des Heren voor deze rustdag. Wij treffen die betekenis vanaf de zeventiende eeuw aan. In het oudere Nederlands wordt, in overeenstemming met het bijbels taalgebruik, met dag des Heeren de dag van het laatste oordeel bedoeld, zoals in het navolgende vers in de Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 2:20: ‘Dye sonne sal haer verkeeren in duisternisse, ende die mane in bloet, eer dan den grooten ende openbaerliken dach des heeren comt’. Tot in de negentiende eeuw was dit de gewone betekenis, nu is zij niet meer algemeen bekend.

Gebruiksvoorbeeld: De dag des Heeren is aangebroken, noen heeft zojuist geslagen. Sinds ik om half negen wakker werd heb ik mij aan het huishouden gewijd. Een passie. (M. Bril, Voordewind, 1990, p. 173)

Gebruiksvoorbeeld: Werkzaamheden die een van de eigenaren van de bruine vloot aan de Handelskade op de dag des Heren had verricht. (Meppeler Courant, juni 1994)

De dag des oordeels, de dag waarop God op aarde komt om over de mensen te oordelen.

De jongste dag, hetzelfde als dag des oordeels.

Waar de profeten, vaak in dreigende bewoordingen, over de dag des Heren spreken, bedienen de evangelie- en brievenschrijvers zich van de verbinding de dag des oordeels: ‘Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels’ (Matteüs 12:36, NBG-vertaling). Getuige de volgende woordspeling is het gevoel van dreiging geen noodzakelijk element meer: ‘Boodschappen doe ik altijd op de dag des voordeels’ (Wieteke van Dort in The Late Late Lienshow, Vara-televisie 1981 (herhaling uitgezonden op 11-10-1998)). Ook andere recente citaten zijn ironisch van toon, zoals het volgende, met de gelegenheidsbetekenis ‘dag waarop een gerechtelijke uitspraak plaatsvindt’: ‘Ze zit in de gevangenis: De dag des oordeels is uitgesteld tot 24 november’ (Journaal, nov. 1993).

Ook jongste dag is van bijbelse oorsprong, maar komt niet in alle vertalingen voor. De Statenvertaling (1637) heeft ten uitersten dage in de desbetreffende verzen in het Johannes-evangelie.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 2 Petrus 2:9. Die heere weet die godsalighe, wt der temtacien verlossen, maer die ongerechtige behouden totten daghe des oordeels om te pijnigen.

Gebruiksvoorbeeld: Eén daad van menselijkheid heb ik tenminste verricht. Ik ben nooit getrouwd en ik heb me niet voortgeplant. Dat wordt een plus, op de dag des oordeels. (S. Carmiggelt, Vliegen vangen, 1968 (1955), p. 27)

Gebruiksvoorbeeld: Klok die de dag des oordeels waarschijnlijk overleeft, dus met levenslange garantie. (Playboy, sept. 1995)

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 196, 19-20. Ende Martha antwerdde hem ende seide: Jc weet wale dat hi op herstaen sal in der opherstannessen ten ijoncsten dage.

Gebruiksvoorbeeld: Slechts onverhoord / Blijft één wens [...]: / Dat hem nog eens een jongeman doorboort / Die hem gevuld houdt -- tot de jongste dag. (G. Komrij, Alle gedichten tot gisteren, 1994 (De oude generaal, 1990), p. 433)

Gebruiksvoorbeeld: De toen geldende wet op de lijkbezorging bepaalde dat het wachten op de jongste dag maximaal dertig jaar mocht duren. (Trouw, 31-12-1999, p. 16)

Oud en der dagen zat, ook: der dagen zat, oud, moe, in het besef dat zijn leven voltooid is.

Oude van dagen, bejaarde.

‘En Job stierf, oud en der dagen zat’, zo besluit het boek Job (42:17) in de formulering van de Statenvertaling (1637). Job had een veelbewogen leven achter de rug. Na het herstel uit de periode van ziekte en armoede leefde hij nog honderdveertig jaar in welstand, omringd door vier geslachten kinderen en kleinkinderen, en hij had dus alle reden om ‘verzadigd van het leven te zijn’ in de woorden van de NBV. Het archaïsche zat is in bovengenoemde uitdrukking behouden.

Het is niet ongewoon dag of dagen te zeggen als men ‘tijd’ bedoelt. Het is dan ook niet zeker of oud(e) van dagen exclusief bijbels is, al vermeldt Job 32:4 (Statenvertaling) van Job en enkele van zijn vrienden dat zij ‘ouder van dagen’ waren dan Elihu. In het moderne Nederlands is alleen de gesubstantiveerde vorm oude van dagen bekend.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Job 42:17. Ende Job sterf, out, ende der dagen sat.

Gebruiksvoorbeeld: Zo’n ouwe man die, der dagen zat, alleen nog in zichzelf staat te wauwelen. (NRC, sept. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: [Na een zware wandeling:] ‘Voel je je ook zo oud?’ ‘Ja, en der dagen zat.’ (Gehoord, jaren ’90)

Gebruiksvoorbeeld: Hij [de zojuist gestorven kat] was zo mooi, ofschoon der dagen zat / Expressierijk, grootorig, goedgebouwd. (Weelde en feestgedruis. De beste gedichten van drs. P, 1986 (Louis is dood, de fiere Cyprioot, 1980), p. 30)

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Job 32:4. Doch Elihu hadde gewacht op Job in ’t spreken; om datse [Job en de andere vrienden] ouder van dagen waren, dan hy.

Gebruiksvoorbeeld: Sloveense douaniers gaven kort daarop toestemming, de grenspost te passeren. Vooral voor de kinderen en de ouden van dagen kwam de mededeling uit Nederland geen uur te vroeg. (Journaal, juli 1992)

Zijn dagen, uren e.d. zijn geteld, hij heeft niet lang meer te leven; aan een bepaalde situatie zal binnenkort voor hem een einde komen.

De uitdrukking zijn dagen zijn geteld is mogelijk gebaseerd op enkele plaatsen in de Psalmen; naast Psalmen 90:12 nog de berijming van Psalmen 39:3: ‘Mijn dagen zijn bij u geteld; Ai! leer mij, hoe vergankelijk ik zij’. De bijbelse betekenis van het tellen van dagen is, dat men elke dag waardevol vindt en er zorgvuldig mee omgaat, of in de berijming van Psalmen 39, dat God het lot van de mens en de duur van zijn leven beter kent dan hijzelf. Nu wordt de uitdrukking alleen nog in de voltooide tijd gebezigd in de beperktere en meer negatieve betekenis dat de levensduur van iemand of iets eindig is, en dan in de concrete context van een naderende dood of einde, of van een andere dreigende gebeurtenis.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Psalmen 90:12. Leert ons alsoo onse dagen tellen, dat wy een wijs herte bekomen.

Gebruiksvoorbeeld: Je dagen waren niet geteld. / De dood is het gedicht dat niets bedoelt. (E. Leeflang, Bezoek aan het vrachtschip. Gedichten, 1985, p. 46)

Gebruiksvoorbeeld: De tijd dringt. De dagen van de Deense, Duitse en Nederlandse Waddenministers zijn geteld. Op 29 en 30 november aanstaande gaat het gezamenlijke, trilaterale beleid ter bescherming van de Waddenzee met de billen bloot. (Waddenbulletin, 1994, nr. 4)

Gebruiksvoorbeeld: In tegenstelling tot de mens is een armoedig bestaan in erbarmelijke omstandigheden voor de johannesbroodboom van levensbelang: geef hem een leventje met vocht en voedsel in overvloed en zijn dagen zijn geteld. (De Standaard, nov. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017