Wat is de betekenis van zeker?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zeker

zeker - Bijvoeglijk naamwoord 1. waaraan niet getwijfeld hoeft te worden Het voortbestaan ervan werd door deze overwinning een stuk zekerder. 2. een ~ een bepaalde, een of andere Hij werd door een zekere ziekte daarvan weerhouden. ze...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zeker

zeker - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, voornaamwoord uitspraak: ze-ker 1. in elk geval ♢ er waren zeker dertig mensen 2. waar je niet aan twijfelt ♢ hij heeft het zeker gedaan ...

Lees verder
1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zeker

bn. en bw. (-der, -st), 1. buiten of zonder gevaar, veilig: het zekere voor het onzekere nemen, geen risico nemen; men is hier zijn leven niet — , men loopt gevaar gedood te worden; 2. vast, betrouwbaar: dat is iets (een ding) dat — is; het is zo als tweemaal twee vier is, het is buiten enige twijfel; — weten? weetje het zeker?;...

Lees verder
1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zeker

bn. bw. (-der, -st), 1. buiten of zonder gevaar, veilig: in dat land is het niet zeker; hier zijn wij zeker; om zeker te gaan ; de zekere weg kiezen ; — het zekerste is..., het veiligste, waarbij men het minste risico loopt; — (Zuidn.) zeker spelen, geen risico nemen; 2. iets (2de nv.) zeker...

Lees verder
1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZEKER

ZEKER, bn. bw. (-der, -st), buiten gevaar, veilig : in dat land is het niet zeker; men is hier zijn leven niet zeker; hier zijn wij zeker; — gerust, zonder zorg : om zeker te gaan; den zekeren weg kiezen; — waaraan niet te twijfelen valt: zekere bewijzen hebben; die kenteekenen zijn zeker; het zekere voor het onzekere nemen; zeker van...

Lees verder
1898
2021-01-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zeker

zie Uitgemaakt.