Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 30-10-2017

2017-10-30

zeker

betekenis & definitie

zeker - Bijvoeglijk naamwoord
1. waaraan niet getwijfeld hoeft te worden
Het voortbestaan ervan werd door deze overwinning een stuk zekerder.
2. een ~ een bepaalde, een of andere
Hij werd door een zekere ziekte daarvan weerhouden.

zeker - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zekeren
♢ Ik zeker
2. gebiedende wijs van zekeren
zeker!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zekeren
zeker je?

Antoniemen
onzeker