Wat is de betekenis van Braak?

2024-05-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

braak

braak - Zelfstandignaamwoord 1. een bewerking van vlas of hennep waarbij de huls gebroken wordt Met de braak worden de hennepstengels gebroken zodat houtpijp en vezel worden gescheiden. 2. (gereedschap) een houten toestel bedoeld voor [1] Een braak bestaa...

2024-05-20
Jargon & Slang van Politieagenten en rechercheurs

Marc De Coster (2017)

Braak

Braak - de gebruikelijke term voor inbraak. In het Engelse politiejargon B and E = breaking and entering. Braaksporen zijn sporen van inbraak. Braak zomaar of met complicaties? - J.W. van de Wetering, De straatvogel (1982) ​

2024-05-20
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

braak

braak - zelfstandig naamwoord 1. het openbreken van een ruimte, met het doel om er binnen te dringen ♢ na de inbraak in het kantoor waren er sporen van braak 2. omgeploegd, maar niet ingezaaid ♢ het land acht...

2024-05-20
Begrippenlijst toerisme

Digischool (2010)

braak

Braak is de grond die wel geschikt is voor de landbouw, maar die daarvoor niet wordt gebruikt.

2024-05-20
Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Braak

Gat dat ontstaat bij dijkbreuk. Met het begrip braak wordt allereerst het gat in de dijk zelf aangeduid. Sedert de omdijking van de Zaanstreek zijn er talrijke braken ontstaan. Bij de vroegere zeedijken is dit nog zichtbaar: de gaten werden namelijk niet gedicht, maar men legde een nieuw stuk dijk aan, om de braak heen. Zo kregen de oude zeedijken...

2024-05-20
Encyclopedie van Zeeland

Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982)

BRAAK

Periodiek rustjaar van de grond, in vroeger eeuwen nodig geacht om de aarde, die vruchten had voortgebracht, gelegenheid te geven producerende kracht te herwinnen. De Fransen spraken van ‘la terre qui fait son dimanche’. Het gebrek aan mest in de oude landbouwstelsels vroeg om een rustjaar, in de oudste praktijk om de drie jaar (driesla...

2024-05-20
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

braak

: zwarte braak (de), (verouderend) gele koorts. Toen, te laat, zekerheid verkregen was dat men niet te doen had met gaalblaas-stoornissen maar met ‘zwarte braak’, de oude naam van de hevig besmettelijke virus ziekte, werd isolatie verplicht gesteld (Waller 126). — Etym.: ‘Braak’ is veroud. AN voor ‘het braken&rsq...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-20
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

braak

gebraak, vir die eerste keer omploeg; ploeg sonder om te saai; opbring, opgooi, vomeer; onbewerk, onbebou.