Wat is de betekenis van boos?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Boos

bn. bw. (bozer, -t), 1. verderfelijk, schadelijk, gevaarlijk: het is hier een boze weg; de boze gevolgen. 2. kwaadaardig: een boze ziekte, een boze hond. 3. onstuimig, guur, ruw: het is boos weer; een boos water; 4. zorgvol, hachelijk: wij beleven boze tijden; — het ziet er boos uit, de omstandigheden zijn bedenkelijk;...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

boos

Het begrip boos heeft 5 verschillende betekenissen: 1) kwaad. in een slechte stemming verkerend, waarin men anderen verwijten maakt; kwaad. 2) blijk gevend van boosheid. waaruit blijkt dat iemand boos is; blijk gevend van boosheid. 3) geneigd tot boosheid. geneigd tot boosheid; kwaadaardig; gemeen; boosaardig. 4) met slec...