Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

boos

betekenis & definitie

Het begrip boos heeft 13 verschillende betekenissen:

1) geneigd tot boosheid; kwaadaardig; gemeen; boosaardig
2) met de intentie om iemand kwaad of schade te berokkenen; met slechte bedoelingen; boosaardig; gemeen; snood
3) waaruit blijkt dat iemand boos is; blijk gevend van boosheid
4) vol moeilijkheden; bar; ook: beangstigend; verschrikkelijk
5) kwaadaardig geestelijk wezen; duivel; demon
6) in een slechte stemming verkerend, waarin men anderen verwijten maakt; kwaad
7) moeilijk; bar; verschrikkelijk
8) iemand die kwaadspreekt; lasteraar; kwatong
9) enge, beangstigende droom; nachtmerrie
10) afschuwelijke gebeurtenis of situatie
11) kwaadaardige zaak die de geest vertroebelt
12) slecht; bar; guur
13) volgens het bijgeloof de blik van iemand die iemand anders nadeel of onheil kan bezorgen, alleen door die persoon aan te kijken