Wat is de betekenis van Boos oog?

1937
2021-03-08
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Boos oog

Zoo oud als het menschdom, is het bijgeloof, dat sommige menschen en dieren louter door iemand aan te kijken, reeds onheil kunnen brengen. Vooral menschen met zichtbare oogafwijkingen (scheelzien, hoornvliesvlekken, kalfsoogen) schreef men de macht van het booze oog toe. Nog in 1906 verwondde een man op de markt te Berlijn een oude vrouw, omdat hij...

Lees verder
1933
2021-03-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Boos oog

Boos oog - bijgeloof bij oudere en nieuwere volken, dat meent, dat nijd en wangunst aan sommige menschen een bijzonder vermogen schenken, anderen dooreenblik van hun oogen te benadeelen. Men gaat uit van den scherpen, doordringenden blik van sommige personen, een magische kracht van het oog, doordat ’t op iemand of iets staart. Goden en helden bezi...

Lees verder
1916
2021-03-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Boos oog

Boos oog. Bij tal van volken bestaat het geloof, dat somm. menschen en dieren het vermogen hebben om door hun blik nadeel toe te brengen door een soort betoovering. Vooral kinderen hebben er van te lijden. Vooral een slepende kwaal, waarvan de oorzaak onvindbaar is (tering b.v.) wordt vaak aan een B. o. toegeschreven; meestal zijn het vrouwen of vr...

Lees verder
1870
2021-03-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Boos oog

Boos oog of kwaad oog is de naam van een bijgeloof, dat ook thans nog in vele landen heerscht. Men onderstelt namelijk, dat sommige menschen het vermogen bezitten, om met hun blik een dergelijk nadeel toe te brengen, als volgens onnoozelen door betooveren en be­spreken geschiedt. Reeds vroeg werden dub­bele pupillen, leep-oogen en oogen met...

Lees verder