Rabbi betekenis & definitie

Rabbi, afkomstig van het Hebreeuwsche woord rab (groot, vooral in wetenschap en waardigheid), beteekent leraar en vervolgens heer en was, evenals het hedendaagsche doctor, een eernaam der Israëlietische geleerden. Rabban was nog glansrijker titel en werd gevoerd door slechts 7 rechtsgeleerden, en wel het eerst door Simeon ben Hillel, die in de dagen van Christus leefde. In onzen tijd dragen de door den Staat erkende Israëlietische godsdienstleeraars den naam van rabbijn.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018