Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZUURSTOF

betekenis & definitie

ZUURSTOF, v. (scheik.) kleur-, reuk- en smakeloos gas dat zelf niet brandt, doch de verbranding zeer bevordert; voor de ademhaling van menschen, dieren en planten is zij onontbeerlijk; met waterstof verbonden vormt zij water; in de dampkringslucht komt zij voor ruim 30% gewichtsdeelen voor; vele belangrijke processen in de natuur berusten op verbindingen met de zuurstof.