Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WEET

betekenis & definitie

WEET - v. kennis , wetenschap : het is eene heele weet, wat tegenwoordig gevraagd wordt;

kennisgeving: de weet van iets krijgen; de weet laten doen, kennis geven van iemands geboorte of overlijden;
— hij heeft er geene weet van, hij is er zich niets van bewust;
— nergens weet van hebben, door niets aangedaan worden, voor alles ongevoelig of onverschillig zijn;
— het is maar eene weet, men moet er maar den slag van hebben, aan gewoon zijn. WEETJE, o. alleen gebruikelijk in de uitdrukking: hij weet zijn weetje wél, hij is niet dom, weet wel wat hij zeggen moet.