VERDOMD - (plat,) bn. bw. vervloekt, gemeen, afschuwelijk, erg: die verdomde sommen; een verdomde kerel; dat is verdomd duur; verdomd gemeen handelen; die verdomde jongens, lastig ;
— krachtuitdrukking ter bevestiging : verdomd waar; verdomd ?, is het toch waar ?