Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VER

betekenis & definitie

VERRE, bn. bw. (-der, -st), door eene groote tusschenruimte gescheiden, verwijderd, afgelegen : het verre Oosten; naar verre landen trekken; Rotterdam ligt niet ver van Den Haag;

heinde en ver, dichtbij en ver weg, overal;
—. (spr.) wie van verre komt, heeft goed liegen, kan gemakkelijk allerlei vreemde, zonderlinge dingen vertellen;
— beter een goede buur dan een verre vriend;
— van eene groote lengte-uitgebreidheid: een verre weg, reis, tocht; op verren afstand, zeer groot;
— dat geweer draagt ver, kan tot op verren afstand kogels werpen;
— ver in zee zijn; zoo ver het gezicht reikt, zoo ver men zien kan; tot hiertoe en niet verder, gij moogt niet voortgaan (inz. fig.);
— (spr.) niet verder kijken dan zijn neus lang is, kortzichtig zijn, niet flink rondkijken, opmerken;
— dat is ver beneden den prijs, veel lager dan de gewone prijs;
— zoo ver zijn wij nog niet. zoo ver gevorderd;
— ver in een boek zijn, het voor een groot deel gelezen, bestudeerd hebben;
— hij is ver in geschiedenis, in het Duitsch, weet er reeds vrij veel van;
— ver met iets komen, flink er mede vooruitkomen;
— het is reeds ver met hem gekomen, hij is reeds sterk achteruitgegaan, diep gezonken;
— hij heeft het ver (in de wereld) gebracht, heeft veel fortuin gemaakt;
— hij gaat te ver, hij is niet gematigd (in zijne eischen, bewoordingen enz.);
— dat gaat te ver, dat gaat de perken te buiten;
— dat is nog ver te zoeken dat is nog niet spoedig bereikt;
— die vergelijking, verklaring is ver gezocht, is er met de haren bijgesleept;
— ik denk er in de verste verte niet aan, in het geheel niet;
— een verre bloedverwant, niet nabestaande;
— al verder en verder, langzamerhand, doch altijd verder;
— en zoo verder, enzoovoort;
— hij is verre van rijk, knap, slim, is het tegendeel bijna;
— ik heb op verre na geen honderd gulden, het verschilt nog zeer veel;
— iels, iem. ver beneden zich achten, zichzelf er voor te hoog achten;
— het zij verre van mij hem te willen grieven, dat was in ‘t geheel mijne bedoeling niet;
— in betrekking tot den tijd : door een groot tijdsverloop gescheiden : de winter is nog ver; in verre tijden, eeuwen, zeer veel later; in de verre toekomst;
— eene verre hoop, verwachting, waarvan de vervulling niet nabij is;
— ver in den tijd, de tijd is reeds ver, voor een goed deel verstreken;
— hoe ver is zij ?, in hare zwangerschap gevorderd;
— (spr.) het is nog ver van zingen, wij kunnen den uitslag nog niet verzekerd achten;
— ver boven de vijftig zijn, diep in de vijftig;
— verder wil ik er niets mede te maken hebben, voortaan, later; alle verdere nasporingen waren tevergeefs, latere, nauwkeuriger;
— verdere bevelen afwachten, latere, nauwkeuriger;
— het verdere weet gij wel, schenk ik u, hetgeen nu volgen moet.