Wat is de betekenis van Ver?

2019
2021-08-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ver

ver - Bijvoeglijk naamwoord 1. afgelegen Jij hebt wel in verre landen gewoond. ver - Bijwoord 1. op grote afstand 2. te ver: niet meer fatsoenlijk Zijn optreden tijdens het school feest ging veel te ver. Antoniemen...

Lees verder
2019
2021-08-02
NIFV

Nederlands Instituut Fysiek Veiligheid

VER

Veiligheidseffectrapportage. De Veiligheidseffectrapportage bestaat uit een aantal activiteiten gekoppeld aan het plannings- en bouwproces. De VER beperkt zich dus niet tot een eenmalige activiteit of het eenmalig opstellen van een rapport, maar de uitvoering ervan loopt mee gedurende het gehele plan. De VER-modules gaan gelijk op met de bouwfasen...

Lees verder
2018
2021-08-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ver

ver - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, woorddeel 1. op grote afstand ♢ Marokko ligt ver hier vandaan 1. hij zal het nog ver brengen [veel bereiken] 2. dat gaat te ver ...

Lees verder
2008
2021-08-02
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

ver

(het) so spreektaal - verspringen: hij deed het uitstekend op ver.

1998
2021-08-02
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Ver

1. dan ben je nog-dervan huis, dat maakt het alleen maar slechter; dat brengt je van de regen in de drup. Bijvoorbeeld gezegd wanneer iets dat stuk is door een dilettanterige reparateur nog verder stuk wordt gemaakt; of van een boodschap die verkeerd wordt begrepen. 2. van -re, in de studententaal van Nijenrode een uitroep om te proosten. 3. - van...

Lees verder
1997
2021-08-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

ver

Eufemistische bastaardvloek waarbij het choquerende deel van godver of verdomme onderdrukt is. Herhaling van dit element kan de vloek versterken.

1952
2021-08-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ver

adj. & adv., fier; — weg, in ein út 'e reek, riik; — van huis, om fierren(s); van —, fierwei, fierwegens, fan fierren(s); het gaat te—, it is der oerhinne der fier by troch, it rint oer de hege skuon; — van dat, it moat net lykje, net skimerje; iets niet -der...

Lees verder
1898
2021-08-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VER

VERRE, bn. bw. (-der, -st), door eene groote tusschenruimte gescheiden, verwijderd, afgelegen : het verre Oosten; naar verre landen trekken; Rotterdam ligt niet ver van Den Haag; — heinde en ver, dichtbij en ver weg, overal; —. (spr.) wie van verre komt, heeft goed liegen, kan gemakkelijk allerlei vreemde, zonderlinge dingen vertellen;...

Lees verder